
Stel dat de trap uit een trede bestaat. De trap kan dan op twee manieren worden geverfd, zie figuur.
Als de trap uit twee treden bestaat zijn er drie mogelijkheden.
Als de trap uit drie treden bestaat zijn er vijf mogelijkheden.
Na iedere gele trede komt een groene trede.
Na iedere groene trede komt een gele of een groene trede.
Noem het aantal mogelijkheden waarop een trap van x treden
geverfd kan worden N(x). Het is gemakkelijk in te zien
dat de laatste trede van een trap met x treden op N(x-1)
manieren groen kan worden geverfd. De laatste trede van
een trap met x - 1 treden kan op N(x-2) manieren groen worden geverfd.
Hieruit volgt dat de laatste trede van een trap met x treden op
N(x-2) manieren geel kan worden geverfd.
Dus een trap van x treden kan op N(x) = N(x-1) + N(x-2)
manieren worden geverfd.
Uit de figuur volgt dat:
N(1) = 2 en N(2) = 3.
Hieruit volgt dat:
| x | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 |
6 | 7 | 8 | 9 | 10 |
| N(x) | 2 | 3 | 5 | 8 | 13 |
21 | 34 | 55 | 89 | 144 |
Een kleine berekening laat zien dat N(20) = 17711. De professor
kan de trap dus op 17711 manieren verven. Zo'n reeks heet een
Fibonaci reeks, naar een Italiaans wiskundige. Waarschijnlijk
heet de professor dus Fibonaci.