logo1 logo2
 rdzl menu
 rdzl links
 rdzl uitleg
 

Roltrap

Hans en Ingrid lopen met een roltrap mee omhoog. Hans raakt 7 treden, Ingrid loopt 2x zo snel en raakt 12 treden. Hoeveel treden moet je lopen als de roltrap stil staat? roltrap

Uitleg

Hans loopt met een snelheid 8 / t(1) en Ingrid loopt met een snelheid 12 / t(2). Ingrid loopt 2x zo snel als Hans, dus haar snelheid is ook gelijk aan 16 /t (1)
12/t(2) = 16/t(1) => t(1) : t(2) = 16 : 12

De snelheid van de trap kun je opschrijven als het aantal treden die je ziet / tijd.
Bij Hans: (aantal treden -8) / 16 en bij Ingrid (aantal treden - 12)/12
De snelheid is gelijk =>
(aantal treden - 12) /12 = (aantal treden -8)/16 =>
16 x (aantal treden - 12) = 12 (aantal treden -8)
16xaantal treden -192 = 12 x aantal treden - 96
4 x aantal treden = 96
aantal treden = 24

Je kunt het ook natuurkundig oplossen, de tijd blijft dan nog even als t(1) en t(2) in de formule staan, die vallen echter weg en de oplossing is uiteraard gelijk.

Geef dit rdzl een cijfer:
1   2   3   4   5



(5=schitterende opgave, 4=interessant, 3=aardig vraagstukje, 2=mwah, 1=volkomen bagger)

 verstuur rdzl

 Laatste wijziging 01-02-2010
Copyright 1999-2012 rdzl.nl
rss